Kunstenaar verspreidt posters voor nepexpositie
AMSTERDAM (ANP) - Kunstenaar Pieter Lemmens heeft vrijdag in de binnenstad van Amsterdam posters opgehangen van een zogenaamde expositie van hem in het Stedelijk Museum.
De poster maakt melding van een tentoonstelling van Lemmens van 22 september tot en met 29 september, terwijl die helemaal niet in het museum wordt gehouden. Lemmens wil uiteindelijk zeshonderd van deze posters in de stad hebben hangen, in cafés en op officiële wildplakplaatsen.
De actie gebeurde zonder medeweten van het Stedelijk Museum zelf. De kunstenaar wil hedendaagse kunst ermee in de schijnwerpers zetten. ,,Ik vind dat er heel weinig aandacht voor is'', aldus Lemmens. ,,Ik vraag me af in hoeverre het kunstinstituut in Nederland functioneert.'' Maar ook wil hij met de posteractie ,,wat energie in de stad brengen. Dit is een startschot zodat er wat rumoer ontstaat.''
In de week dat de zogenaamde tentoonstelling zou plaatsvinden, is Lemmens naar eigen zeggen elke dag in het Stedelijk te vinden. ,,Ik loop daar zeven dagen rond en nodig mensen uit om te gaan kijken.'' Het museum was vrijdagochtend nog niet op de hoogte van de actie. Lemmens heeft de posters ook opgehangen in het Post CS-gebouw in Amsterdam, waarin het Stedelijk Museum is gevestigd.
NRC, 31 augustus 2007
Pieter Lemmens kondigt neptentoonstelling aan
De in Den Haag wondende Nederlandse kunstenaar Pieter Lemmens (°1960) is gisteren begonnen met in het centrum van Amsterdam zo'n 600 posters op te gehangen die een fake-expositie van hem in het Stedelijk Museum aankondigen. De tentoonstelling die helemaal niet zal plaatshebben zou van zaterdag 22 tot en met 29 september aanstaande doorgaan. Het is de bedoeling van de kunstenaar om met dit initiatief de hedendaagse kunst meer in de schijnwerpers te zetten. Het museum werd vooralsnog niet op de hoogte gebracht van de actie.
1 september 2007
Bron: The Art Server
http://www.theartserver.org/theartserver/nlbe/10_index_Q_id_E_d0992c796e03eba47f.aspKunstenaar verspreidt posters voor nepexpositie
Uitgegeven: 31 augustus 2007 11:40
Laatst gewijzigd: 31 augustus 2007 11:42
Nu.nl
http://www.nu.nl/news/1216321/10/Kunstenaar_verspreidt_posters_voor_nepexpositie.htm (c) ANP
PIETER LEMMENS IN HET STEDELIJK MUSEUM II
woensdag 12 sep 2007
Pieter Lemmens hangt dan misschien niet in het Stedelijk, hij staat wel in de schijnwerpers.En dat werd hoog tijd. Want jonge kunstenaars, ook de hele goede, hebben het moeilijk in dit land, een land waar de meeste moderne kunstenaars al 50 jaar geleden zijn overleden. Pieter is een schilder die het opneemt voor zichzelf maar ook voor zijn generatie. Wij hebben hem daar samen met Newzer een klein handje bij geholpen. Zijn werk vind u op www.pieterlemmens.com.
Bron: BENNINK BICKER CAARTEN
http://www.bbccommunicatie.nl/9/bbc-nieuws/?id=9
(geen) man van (grote) woorden
Er zijn veel bekende (Ed Ruschka, Richard Prince) en minder bekende (Peter Koole, Arkadiusz Tomalka) kunstenaars die prominent tekst in hun schilderijen plaatsen. Telkens weer stel je je als kijker de vraag waarom men niet 'gewoon' schrijft; in een tijdschrift, op een poster of ansichtkaart, of als pamflet. Toch bewijst het kunstwerk dat deze vraag oproept juist daarmee onmiskenbaar zijn bestaansrecht als 'tekst-schilderij'. Kennelijk kent het woord impliciet betekenisfacetten die pas in een niet-reguliere vorm tot uiting komen.
De schilderijen van Pieter Lemmens zijn rijk aan woorden, cijfers en letters. In enkel geval bestaan ze uit 'louter' tekst: associatieve woordenlijsten, een ironische litanie van zelfverheerlijking. Vaker echter duiken citaten, verschrijvingen, formules, taalspelletjes en dergelijke op in schetsmatig losse composities. De schilderijen doen denken aan werkbladen waarop iemand, schijnbaar zonder vooropgezet plan en vrij van hiërarchie, ideetjes en schetsen, afbeeldingen en motieven, notities en krabbels, pijlen en kaders naast en over elkaar zet. De status, het formaat en de materialiteit van de doeken verkeren op gespannen voet met deze terloopse en onnadrukkelijke hoedanigheid.
Lemmens maakt het de lezer moeilijk, maar verleidt de kijker. Spiegeling van afzonderlijke letters, overdreven schaduwwerking, absurde spatiëring en uitbuiting van het fenomeen handschrift doen een aanslag op de leesbaarheid. Kennelijk wil de kunstenaareenduidigheid vermijden. Aangezien hijde tekst met de hierboven genoemde middelen in hetzelfde waarnemingskader plaatst als het beeld(vlak), verleent hij deze een sterke gelaagdheid. Daardoor openen zich betekenissen die alleen in relatie met beeld tot stand kunnen komen, en vice versa.
Er doemt een cynische en tegelijk zelf relativerende denkwereld op met een grote rijkdom aan associatieve verbindingen en een waaier aan referenties. De verbazing over, en tegelijk het wantrouwen ten aanzien van de taal vormt wellicht een onderliggend motief.Arno van Roosmalen
In: SOLO, Kwak & Van Daalen & Ronday, 13/18
Openingsrede bij kunst rolluiken Beagle Creative Marketing Agency door Marja Bosma, Amsterdam, 19-05-2003.
Wim T. Schippers zette ooit in het Vondelpark een metershoge fauteuil neer die er uitzag alsof hij van beton was gemaakt (in werkelijkheid was het een houtconstructie bekleed met polyester). Dat leverde een hoop negatief commentaar op, wat Schippers op een Johan Cruyff-achtige manier pareerde ('elk nadeel heb z'n voordeel') door vast te stellen 'hij werkt volkomen verpestend op zijn omgeving - de rest wordt er meteen kunst door'. In de situatie hoek Vijzelstraat-Weteringcircuit zijn de rollen juist omgekeerd. Van de twee tegenover elkaar liggende hoekpanden die midden jaren tachtig daar zijn neergezet, word je bepaald niet vrolijk - een staaltje aannemersbouw waar je broek van afzakt. Maar tegenwoordig is er iets veranderd, wat je aandacht trekt, waardoor je toch weer naar die onooglijke hoek gaat kijken. Vanaf een afstand zie je de gesloten roze geschilderde rolluiken op de begane grond die een sokkel lijken te vormen voor de rozekleurige baksteenbouw erboven. En je ziet gekriebel op regelmatige blokken die als je dichterbij komt, tekstblokken blijken te zijn. Die zijn opgebouwd uit wit-met zwart geschaduwde lettertjes. Hmm, tekstblokken die een gebouw van roze bakstenen en donkerblauwe balkonnetjes dragen - het gebouw wordt leesbaar, een eenheid. Een hele verbetering; de Wet van Cruyff gaat nog steeds op.
Tekstblokken op rolluiken! Op een monochrome ondergrond die strookt met de kleur van het gebouw - een gecamoufleerde boodschap? Dit wijkt wel heel sterk af van de gangbare rolluikenbeschildering met van die Newyorkse jaren-tachtig grafitti die je totaal je neus uitkomt of die slecht geschilderde vijftig-jaar-te-late Cobra-aftreksels van Fabrice. Wat krijgen we nou: een late nazaat van het jaren-zeventig Muurkrant-activisme? Wat staat er eigenlijk op?
Het blijkt niet mee te vallen om de tekst te lezen. De letters lijken meer op hiëroglyfenschrift dan op leesbare tekens. En dan is er nog een struikelblokje ingebouwd: de woorden zijn soms opgebroken en onderling aan elkaar gelast. Struikelen over woorden - dat doet denken aan het kunstwerk op het Spui. Als je daar al niet struikelde over de hobbelige keitjes is het wel over de lage bronzen blokken van de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner. Je wordt er zo met je neus opgedrukt, op de korte opschriften in verschillende talen, heel effectief - wie niet horen wil moet maar voelen, zogezegd. Au. Tekst doet pijn. Althans, in Amsterdam. Als je rondloopt, over de Dam, langs de grachten en verder, valt op hoeveel teksten en opschriften de stad bevat. Het merendeel betreft gedenkplaatsen van gruwelijke gebeurtenissen uit de tweede wereldoorlog, de teksten zijn er de blijvende lidtekens van. Lidtekens om te gedenken, alsof ze in de huid van de stad zijn ingekerfd.
In zekere zin geldt dat voor alle permanente opschriften in de stad - van die van Barlaeus en Vossius op de juridische faculteit achter de Oudemanhuispoort, een 'installatie' van Joseph Kosuth (zoals hij het noemt) tot het Homo Sapiens Non Urinat In Ventum (een verstandig mens pist niet in de wind) boven de poort van de voormalige gevangenis de Balie. Ingekerfde tekens. De boodschap knoop je je in de oren.
Het hiëroglyfenschrift van Pieter Lemmens werkt ook zo, ook al is het verhaal maar ten dele te ontcijferen. De tekst voegt zich naadloos in de context, van het gebouw, en van de rolluiken: de ribbels zijn gebruikt als regels - de tekst staat er met andere woorden, als gegrift, als vanzelfsprekend. Ja, mooi gezegd, maar wat staat er nou?
Het is een dialoog voor een soap. Een artdirector en een regisseur bespreken de ontwikkeling van een nieuw format voor presidentsverkiezingen, waarin de kandidaten in een Big-Brotherachtige situatie worden gezet om door de kijker gescreend te worden - de ultieme televisiedemocratie. Goed plan, of pervers? Het komt me voor dat de werkelijkheid niet ver weg ligt. Je kan zelfs veronderstellen dat het een idee is dat gerealiseerd zou kunnen worden, áchter de rolluiken, als ze omhoog getrokken zijn, in het buro ... Het leven is een eenmansguerilla, schreef Jan Cremer. Pieter Lemmens zou het hem kunnen nazeggen, je kunt zijn schilderijen tenminste zien als oefeningen in guerilla-tactieken. Verscholen schermutselingen, oorlogjes met de werkelijkheid. En Beagle mag zich 's avonds en 's nachts dan wel verstopt houden achter de gesloten rolluiken, dan staat daar toch die schildering op, die tekst, goed gecamoufleerd, dat wel - want camouflage is les 1 van de guerilla - maar aanwezig, 's avonds en 's nachts, een stekelige Nachtwacht. Lidteken van de televisiecultuur. Au.
Marja Bosma is curator bij het Centraal Museum in Utrecht